De sociale partners hebben een protocolakkoord voor 2025-2026 bereikt. Hoewel directe loonsverhogingen door de algemene loonnorm 0% zijn uitgesloten, werd er gericht ingezet op de verhoging van de koopkracht via maaltijdcheques, een mogelijkheid die expliciet werd geopend in het federale regeerakkoord. Binnen de sector is dit vertaald naar een regeling waarbij werknemers vanaf januari 2026 per gewerkte dag een cheque van 3,09 euro ontvangen, met een werkgeversaandeel van 2,00 euro. Bedrijven die nog geen maaltijdcheques aanbieden, moeten deze nu invoeren, terwijl bedrijven die ze al wel aanbieden de waarde ervan moeten verhogen. Werkgevers die deze verhoging al hebben doorgevoerd sinds de wetgeving dit mogelijk maakte, hoeven geen extra verhoging noch een gelijkwaardig voordeel meer toe te voegen.
Een tweede cruciaal dossier betreft de harmonisering van het aanvullend pensioen tussen arbeiders en bedienden. Om volledige gelijkheid tegen 2030 te garanderen, moeten de sociale partners uiterlijk eind 2026 een sectoraal groeiplan in een collectieve arbeidsovereenkomst vastleggen. Het indienen van een gedragen sectoraal kader is essentieel om te voorkomen dat de uitwerking van de harmonisering op ondernemingsvlak zou moeten worden gerealiseerd. Een dergelijke situatie is niet wenselijk, omdat dan alle administratieve lasten en de volledige verantwoordelijkheid rechtstreeks op de schouders van onze individuele werkgevers zouden vallen. Als eerste concrete stap wordt voor bedienden vanaf 1 januari 2026 de jaarlijkse premie van 1,1% van de loonmassa omgezet in een pensioenbijdrage, zoals die reeds van toepassing was in het PC 200.
Wat betreft zaterdagwerk is er nog geen definitief akkoord bereikt. De huidige regeling, gestoeld op de Wet van 1960, wordt op het terrein vaak als onwerkbaar ervaren door de complexe aanvraagprocedures en de strikte interpretatie van wat als noodzakelijke werken wordt beschouwd. Tijdens de onderhandelingen zijn er mogelijkheden besproken om te komen tot een soepeler model. Een contingent van maximaal zeven dagen, aan de reeds geldende voorwaarden van 50% toeslag, zonder voorafgaande aanvraagdossiers en zonder beperkingen op activiteiten was ee optie. Toch bleef de voorgestelde loontoeslag van 100% voor prestaties buiten dit contingent een knelpunt om een gedragen akkoord rond dit punt te bereiken. In het protocolakkoord is opgenomen dat een werkgroep zich verder over dit dossier zal ontfermen.
Verder omvat het akkoord een uitbreiding van de eindeloopbaandagen en de oprichting van diverse werkgroepen die zich zullen buigen over onderander de actualisering van de functieclassificatie en de mobiliteitsvergoedingen.
© Yves Heirman
Leesduur 8″