Louis Neefs bezong de “Lente” in 1971 en dat betekent veel werk in de sector. Veel zelfstandige eenmanszaken vragen zich dan af of ze tijdelijk een jobstudent kunnen inschakelen om piekperiodes op te vangen. Dat kan, maar zodra een zelfstandige een jobstudent tewerkstelt, wordt hij juridisch beschouwd als werkgever en gelden de gebruikelijke regels van het arbeidsrecht.
De eerste stap is de identificatie als werkgever bij de RSZ. Pas daarna kan een student officieel worden tewerkgesteld. Voor de start van het werk moet een schriftelijke studentenovereenkomst worden opgesteld en moet een Dimona-aangifte van type STU gebeuren, uiterlijk op de eerste werkdag. De werkgever moet daarnaast een arbeidsongevallenverzekering afsluiten en de nodige loonadministratie bijhouden, zoals loonfiches en andere sociale documenten. In de praktijk laten veel kleine ondernemingen deze administratie door een sociaal secretariaat beheren.
Studentenarbeid valt onder een voordelig RSZ-stelsel zolang de student binnen het jaarlijkse quotum van 650 werkuren blijft. Binnen dat systeem betaalt de werkgever een solidariteitsbijdrage van 5,42 procent en de student 2,71 procent. Daarom is het nuttig om vooraf het Student@Work-attest van de student te controleren, zodat duidelijk is hoeveel uren nog beschikbaar zijn.
Ook een jobstudent heeft recht op minstens het sectorale minimumloon van het PC 145.04. U vindt deze terug in ons bericht “Loonbarema’s 2026”.
Tot slot blijft de werkgever verantwoordelijk voor veiligheid en welzijn op het werk. Voor jongeren moet vóór de start een risicoanalyse gebeuren en moeten duidelijke instructies en begeleiding worden voorzien. Bepaalde gevaarlijke taken of machines zijn voor jongeren bovendien niet toegelaten, tenzij aan specifieke voorwaarden is voldaan.
© Yves Heirman
Leesduur 6″