Lage temperaturen hebben een belangrijke invloed op de veiligheid, gezondheid en uitvoerbaarheid van werk. Werken in koude omstandigheden verhoogt het risico op ongevallen, lichamelijke problemen en toenemende valincidenten.
Omdat niet elk type werk even gevoelig is voor koude, houdt de Belgische regelgeving rekening met de fysieke belasting van het werk. Hoe zwaarder het werk, hoe meer lichaamswarmte wordt geproduceerd en hoe lager de toegelaten minimumtemperatuur. Voor werk in gesloten lokalen gelden daarom minimumtemperaturen die variëren van 18°C voor zeer licht werk tot 10°C voor zeer zwaar werk. Deze temperaturen worden gemeten met een gewone droge thermometer. De preventieadviseur-arbeidsarts beoordeelt of bijkomende maatregelen nodig zijn en adviseert over beschermingsmiddelen, rusttijden en opwarmmogelijkheden.
Voor werk in de open lucht bestaan geen vaste minimumtemperaturen, maar de werkgever moet in de winter extra beschermingsmaatregelen nemen. Zo moeten bij temperaturen onder 5°C verwarmingstoestellen beschikbaar en in gebruik zijn, en moeten werknemers beschermd worden tegen wind en neerslag. Wanneer de omstandigheden te zwaar worden, is de werkgever verplicht technische, organisatorische en persoonlijke maatregelen te nemen, zoals aangepaste werkroosters, extra pauzes, warme werkkledij en warme dranken. In sectoren zoals tuinaanleg -en onderhoud kan bij extreme koude tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer worden toegepast.
© Karin Geboes
Leesduur 4″